top of page

Lisa (34): "Ik kijk stiekem in zijn gsm. Ik weet dat het niet oké is. Maar ik weet ook niet hoe ik moet stoppen."

  • 15 mrt
  • 4 minuten om te lezen


Hoe ik geworden ben wie ik ben

Ik ben niet altijd zo geweest.

Er was een tijd dat ik gewoon verliefd kon zijn zonder dat mijn hoofd meteen begon te rekenen. Zonder dat ik elke avond laat thuis als een potentieel bewijs zag. Zonder dat ik mezelf moest bedwingen om niet in iemands telefoon te kijken.

Maar dat was voor ik meerdere keren bedrogen werd. Niet één keer, wat al erg genoeg zou zijn. Meerdere keren. Door verschillende mensen van wie ik dacht dat ik ze kende. En elke keer had ik het niet zien aankomen. Elke keer dacht ik achteraf: hoe heb ik dit gemist?

Na een tijdje ben ik anders gaan kijken. Niet bewust. Gewoon als gevolg. Alsof mijn hoofd heeft beslist dat het zichzelf nooit meer wil laten verrassen.


Niels

Mijn huidige partner heet Niels. We zijn drie jaar samen. Hij is lief, stabiel, grappig. Hij is ook aantrekkelijk, en dat weet ik. Niet op een ijdele manier, maar gewoon als feit. Hij is het soort man op wie vrouwen letten. Op feestjes, in de supermarkt, overal. Ik zie het gebeuren en ik voel het.

Niels heeft me nooit een concrete reden gegeven om hem te wantrouwen. Geen laat thuiskomen zonder uitleg. Geen vreemde berichten. Geen gedragsverandering. Niets.

Maar dat is het probleem niet. Het probleem zit niet in wat hij doet. Het zit in wat ik verwacht dat hij ooit zal doen.


Wat ik doe en wat ik niet hardop zeg

Ik kijk in zijn gsm. Ik doe het stiekem. Ik zeg dat ik even op zijn Instagram wil scrollen en dan zit ik in zijn dm's. Ik lees zijn mails als hij naar het toilet is. Als hij zegt dat hij laat moet werken, check ik zijn werkagenda.

Ik heb dit nog nooit zo direct opgeschreven. Het klinkt lelijk als ik het zo zie staan.

Ik heb ook nog nooit iets gevonden. Geen enkel berichtje dat niet klopte. Geen afspraak die raar voelde. Niets. En toch ga ik de volgende keer weer kijken. Want het gevoel dat ik moet controleren verdwijnt niet als ik niets vind. Het komt gewoon terug.


Het moment met de gemeenschappelijke vriendin

Vorige maand waren we op een feestje van vrienden. Niels stond te praten met een vrouw die we allebei kennen. Ze lachten. Het gesprek duurde een kwartier, misschien iets langer.

Ik hield hen in het oog vanuit de andere kant van de kamer. Ik dronk mijn glas leeg en vulde het opnieuw. Ik probeerde gewoon te zijn.

Op de terugweg in de auto vroeg ik hem wat ze besproken hadden. Terloops, alsof het me nauwelijks interesseerde.

Hij zuchtte even voor hij antwoordde. Dat zuchtje. Ik ken het ondertussen.


Wat Niels zegt

In het begin begreep hij het. Hij wist van mijn verleden. Hij zei dat hij geduld had, dat hij begreep dat vertrouwen tijd kost. Hij was zacht in hoe hij erover sprak.

Maar dat begrip is aan het slijten. Ik zie het. De laatste keer dat ik hem uitvroeg over een collega zei hij rustig maar duidelijk dat hij het niet meer eerlijk vindt. Dat hij niet kan opdraaien voor wat anderen hem hebben aangedaan. Dat hij zijn eigen leven niet als een permanente verdachtmaking wil ervaren.

Hij vraagt me om hem te vertrouwen. En om zijn privacy te respecteren.

Ik begrijp hem. Echt waar. Als ik zijn positie inneem, als ik me voorstel hoe het moet voelen om constant bevraagd te worden terwijl je niets misdaan hebt, dan snap ik zijn frustratie volledig.


Maar dan is er die andere gedachte

Tegelijkertijd zit er een redenering in mijn hoofd die ik niet zomaar kan wegdenken.

Als je weet dat je partner moeite heeft met vertrouwen, als je weet waar dat vandaan komt, en als je echt niets te verbergen hebt — waarom zou je dan niet gewoon transparant zijn? Waarom zou toegang geven een probleem zijn als er toch niets is?

Ik weet dat die redenering niet eerlijk is. Ik weet ergens ook wel dat privacy niet verdwijnt omdat je niks misdoet. Dat het niet de verantwoordelijkheid van een partner is om constant bewijs te leveren van zijn onschuld.

Maar het gevoel blijft. Als je me geruststelt, hoef ik niet te controleren. En als je me niet geruststelt, wat moet ik dan met die angst?


Wat ik eigenlijk wil

Ik wil niet jaloers zijn. Ik wil niet in telefoons kijken. Ik wil niet op feestjes staan tellen hoelang een gesprek duurt.

Ik wil gewoon naast iemand staan en denken: dit is goed. Dit is veilig. Hij gaat niet weg.

Maar ik weet niet meer hoe ik dat gewoon kan voelen zonder het eerst te moeten controleren. En ik weet ook dat het controleren me dat gevoel nooit heeft gegeven. Niet één keer. Het geeft een korte stilte in mijn hoofd, en dan begint het opnieuw.


De vraag die ik mezelf stel

Niels heeft gelijk. Dat weet ik. Hij verdient een partner die hem vertrouwt, niet iemand die zijn agenda checkt als hij laat moet werken.

Maar ik weet ook dat dit niet iets is wat ik gewoon kan beslissen weg te doen. Het zit dieper dan dat. Het is niet onwil. Het is angst. En angst luistert niet naar logica.

Dus de vraag die ik mezelf stel, en waar ik nog geen antwoord op heb: hoe leer je iemand opnieuw vertrouwen als het vertrouwen niet gebroken is door hem, maar door alles wat voor hem kwam?


LISA


 
 
 

Opmerkingen


bottom of page